Nmin na de oogst

Gepubliceerd op 06 augustus 2026

Een Nmin monster van de bodem bepaalt de hoeveelheid nitraat en ammonium dat aanwezig is in grond. De Nmin is echter een moment opname. De hoeveelheid kan toenemen door de omzetting van organische stof in ammonium/nitraat maar ook afnemen door met name uitspoeling. Wel is de Nmin een goede indicatie  voor de efficiëntie van de stikstofopname van het gewas en het risico voor uitspoeling.

De Nmin in het najaar is niet alleen afhankelijk van de gift in de teelt maar ook van de efficiëntie van het gewas. De efficiëntie is onder meer afhankelijk van het wortelstelsel van de plant en het verloop van de stikstofopname over het teeltseizoen.

De hoeveelheid stikstof in de gewasresten kan eveneens sterk verschillen tussen de gewassen.

N-benuttingsindex = N-opname gewas/totale aanbod minerale N (Smit, 1994)

Gewassen met een lage benuttingsindex zullen dus maar weinig stikstof opnemen waardoor men een hoge Nmin na de oogst kan verwachten. Bij gewassen met een hoge index zal de meeste stikstof zijn opgenomen maar kan er wel weer veel vrijkomen als gewasresten van bijvoorbeeld kool achterblijven op het veld. In beide gevallen is het belangrijk om snel een wintergewas om groenbemester in te zaaien.

Nitraat, als onderdeel van Nmin is de belangrijkste factor voor het bepalen van het risico van nitraat in het grondwater. De nitraatvoorraad in de bodem mag gemiddeld niet hoger mag zijn dan 50 kg N/ha aan het eind van het seizoen om te voorkomen dat het grondwater meer dan 50 mg nitraat/l bevat. Voor droogtegevoelige zandgronden ligt de streefwaarde op 40-50 kg N/ha terwijl voor klei/veen dit boven de 70 kg kan liggen.